Artikelen over het onderwerp: Plantenschetsen

De vrouwenmantel. Het waterspel en de tria principia

a. De tria principia als weg

Bij onze tocht door Noorwegen deze zomer werd ik als door een schok getroffen, toen ik bij een waterval, die ver in het rond een fijne sproeiregen verspreidde, een groot aantal vrouwenmantelplantjes aantrof. Wat ik toen onmiddellijk vermoedde, bleek al spoedig juist te zijn. Op elke overeenkomstige plaats was dat plantje te vinden. Als een bekroning van een vele jaren durend zoeken en tasten stond dit schijnbaar weinig zeggend feit voor mij. Het was een grootse bevestiging van inzichten, die tot de meest kostbare behoorden. Lees verder

Bron: Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland 11 (1956) 6, p. 93-100

De herfsttijloos

De herfsttijloos behoort wel tot onze landgenoten in tegenstelling tot de lelie en vele andere van haar opvallende familieleden, maar toch is zij veel minder bekend. De eerste indruk, die men ontvangt, wanneer men haar zacht-lila bloemen als bleke vlammetjes tussen het groen van de weiden vindt, is: hoe mooi, hoe teer! Maar pas op! haar sappen kunnen doden. Lees verder

Bron: Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland 14 (1959) 6, p. 98-103

De salomonszegel

Bij het overpeinzen van de plantenfamilie der lelieachtigen dringen zich vooral die bekende bolgewassen naar voren, die vaak slechts weinige eenvoudig gebouwde bladen ontwikkelen, die hun bloemen zeer duidelijk naar voren dragen en die bloeien op plaatsen, waar ze hun kleur helder kunnen laten oplichten met behulp van de frisse voorjaarszon. Lees verder

Bron: Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland 11 (1956) 4, p. 63-65

De iris

Toen ik nog een kleine jongen was, groeiden er in onze tuin grote blauwe irissen. Waarom zij bijna de enige bloemen zijn, die ik mij nog herinner uit die tijd, kan ik niet zeggen. Wel weet ik, dat zij een diepe indruk op mij maakten en een grote liefde in mij wekten. Lees verder

Bron: Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland 11 (1956) 1, p. 1-5

De hyacint

Wanneer in het voorjaar de bloei op de bollenvelden begint, wordt heel het landschap geverfd met machtige kleuren en rijke geuren vervullen weldra de ruimte. Maar hoe indrukwekkend dit ook is, de echte natuurliefhebber ziet meer in het kleinste onkruidplantje dan in die kleurenzee. Lees verder

Bron: Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland 14 (1959) 3, p. 38-43

Over de tulp en de Hollandse volksaard

De tulp is diep verbonden met ons land en met ons volk. Onze tulpen zijn dan ook beroemd over heel de wereld. Er is zelfs een tijd geweest, dat vele Hollanders nog meer respect hadden voor mooie tulpenrassen, dan voor hun geld. Waanzinnige sommen werden voor een enkele bol besteed, toen de zogenaamde windhandel heerste. Lees verder

Bron: Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland 13 (1958) 4, p. 59-64

De crocus

Vroeg in het jaar, wanneer de gure winden telkens nog de liefelijke lente-glimlach, waarmee de aarde de hemel wil begroeten, verjagen, trachten zich reeds vele groene sprietjes uit het donker van de bodem vrij te maken en aarzelend het lichtrijk te zoeken. Soms boren ze zich zelfs een opening in het doodwitte kleed, dat als tere pluisjes uit de hemel neer kwam dalen en daaronder tot een dicht doek werd aaneengeweven. Lees verder

Bron: Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland 11 (1956) mrt., p. 37-40